Loading...
Home 2021-04-28T19:17:07+00:00

Een heel Bijzonder verhaal

Ik kreeg laatst een email van een zekere Leon van Glabbeek en hij schreef mij het volgende verhaal.

Beste, Frank
Mijn naam is Leon van Glabbeek, zoon van inmiddels overleden Martin van Glabbeek, woonachtig destijds in centrum van Eindhoven, waar zijn ouders  een café runde, genaamd, “onder de toren” in de Kerkstraat 14.

Naast het runnen van het café was mijn opa ook sigarenmaker.

Mijn vader was bevriend met Gerard van Hirsel, helaas destijds omgekomen tijdens de bomaanslag op EHV, 6-12-1942. Ik draag vier doopnamen waaronder die van Gerard, die klaarblijkelijk heel veel betekend heeft voor mijn vader destijds.
Er is niet veel naslag werk over de relatie tussen Gerard en mijn vader, wel heeft mijn vader de bewuste 6 December, beschreven wat er zich destijds afspeelde, Ik moet nog verder op zoek naar foto’s etc. En verhalen die mijn vader opgeschreven had. Mijn vader vertelde zelden of nooit iets over WO2. wel dat hij voor ‘n vuurpeloton in ‘n Duits kamp ternauwernood aan de dood ontsnapt was. Mijn vader was overigens van 8-10-1924.
Ik weet niet of jij je hier in dit verhaal herkent en of je Gerard daadwerkelijk tot jouw familie kunt rekenen.
Ik zou graag meer te weten willen komen over bv hoe Gerard en mijn vader hebben leren kennen, waren zij buren, klasgenoten?

Ander saillant detail, de trouwdatum van mijn ouders, 29 juli, is zover ik weet de geboorte datum van Gerard, het kan haast niet anders dat mijn vader deze datum tere ere aan Gerard gekozen heeft.
Mocht je je niet kunnen vinden in dit verhaal, wellicht dat je me verder kunt helpen aan degene die mogelijk wel hier iets aan kan toevoegen?
alvast bedankt voor je reactie,

vriendelijke groet Leon.

Wat Martinus Leonardus Antonius Maria, geboren 08-10-1924, op 6 december, 1942, beleefde op Sint-Nicolaasdag.

Zondag 6 december 1942.

Het was een mooie dag, voor de tijd van het jaar was het zelfs warm, vandaag was het feest voor de kinderen, de dag van Sint Nicolaas.
De kinderen en de ouders waren in feeststemming maar voor velen zou deze dag droevig aflopen.
Zo ook voor mijn vriend Gerard van Hirsel en mij.

Sint -Nicolaas had voor ons nog een cadeautje klaar dat nog afgeleverd moest worden, de plaats van aflevering was, de “woenselse overweg”!
Hier volgt mijn verhaal die bewuste dag.
Zoals wij zondagsmorgen altijd deden gingen wij bioscoopplaatjes kijken om te zien naar welke bioscoop wij zouden gaan.
Wij gingen eerst naar de Chicago bioscoop in de Rechterstraat, vandaar uit naar de Rembrand en Parisien in de Vrijstraat.
Wij waren nogal vlug uitgekeken en toen herinnerden wij ons de City bioscoop in Woensel.
Dus wij naar Woensel, toen we bij de overweg kwamen waren de slagbomen dicht.
Nu waren voor de Bonte Os, ( dat was een cafe) richtingsborden voor het duitse leger geplaatst.
Ik zei tegen Gerard:”Ik heb geen zin om over die overwegbruggen te gaan, laat ons hier maar gaan zitten wachten”.
Wij zaten daar wat uit te rusten en opeens hoorden wij schieten, dat was het afweergeschut op de Philips toren, wij zeiden:
“gaan die nu op Sint-Nicolaasdag oefenen?”.

Terwijl wij naar boven keken zagen wij een vliegtuig laag overkomen en bommen gooien over de overweg insloegen, ik denk in den Bogaard of Fellenoord.
Ik zei tegen Gerard, “liggen! verdomme, dit is een bombardement!”
Even was er een korte stilte.
Ik zei tegen Gerard, “kom we gaan onder de Philips toren schuilen, want daar is ruimte”.
Gerard had daar geen zin in en wilde daar niet naar toe.
toen begon weer het afweergeschut op de Philips toren en wij hoorden weer vliegtuigen aankomen, ik wou perse naar de Philips toren om te schuilen, maar Gerard wilde de andere kant in, zo gingen wij uit elkaar, de phillips toren heb ik niet bereikt.
Ik herinner mij dat ik mijn ogen opende maar niets zag, met mijn armen duwde ik een hoop stenen weg, wreef over mijn gezicht dat bebloed was, toen begon ik te beseffen dat het totaal mis was met mij, ik voelde mij opgesloten, als zijnde in een grot, en toen ineens zag ik de Philips toren herrijzen uit het puinstof.
Ik probeerde op te staan dat lukte een beetje, maar dan als een dronken man, want ik viel weer neer…..
wat nu volgt is geen aansluitend verhaal, maar flarden van herinneringen.
Ik hoorde een kind vragen, “waar is mijn moeder”, (of het een jongen of meisje was weet ik niet)
Het opstaan lukte mij nog niet ik ging weer tegen de vlakte.
Ik herinner mij twee personen, (manlijk of vrouwelijk dat weet ik niet, die mij hebben meegenomen.
Ik herinner mij vaag het binnenziekenhuis, maar daar was paniek.
Op een gegeven moment lag ik op een bank of zoiets, dat bleek later in het Diaconessen ziekenhuis te zijn in de Parklaan, wie mij uitgekleed en in bed gedaan had, weet ik niet, ook niet wie de dokter was die mij verbonden en onderzocht had.

Nu gaan we naar Maandag 7 december.

Het zal ongeveer twaalf uur geweest zijn (denk ik) dat er een paar personen bij mijn bed waren en maar riepen en vroegen: “Hoe heet je en waar woon je?”
Ik herinner mij dat ik aan het einde van mijn het bed een priester zag staan, onbewust heb ik mijn naam en straat genoemd waar ik woonde.
Zoals ik later hoorde, zijn mijn ouders, broers en zuster direct gekomen, want die zaten in het ongewisse waar ik was, (mijn vriend Gerard was dood onder het puin vandaan gehaald)
Wie er die maandag bij mij op bezoek geweest was, dat weet ik niet, ik was weer buiten bewustzijn.
Zoals ik later hoorde, zag ik er onooglijk uit, zij herkenden mij niet. mijn hoofd zat in het verband en de rest van mijn gezicht was een korst bloed vermengd met stof en gruis van het bombardement.
Het ergste vond ik, toen alles weer een beetje normaal was met mij, dat ik mijn vriend verloren had, en nu nog vraag ik mij af, wij waren altijd samen en waarom niet op 6 december, waarom moesten wij uit elkaar?

Noodlot!! Voorziening?

Daar zal ik nooit een antwoord op krijgen, daar zit ik mee!! ”

einde citaat.

Mocht u na het lezen van dit verhaal toevallig iets herinneren van verhalen die verteld zijn door uw ouders of grootouders of bent u toevallig in het bezit van foto’s voor 1940 van Martin van Glabbeek en/of Gerard van Hirsel, zoals bv:
– klasse foto’s
– vrienden foto’s
of zijn uw ouders/grootouders bevriend geweest met een van de twee heren zouden wij heel graag de herinneringen willen horen.
U kunt uw verhalen/herinneringen naar mij toe mailen.

woenselse overweg

Chicago bioscoop in de Rechterstraat

Rembrand bioscoop in de Vrijstraat

City bioscoop in Woensel, waar zij nooit zijn aangekomen

De Familie Badge

Iedere clanhoofd heeft een wapen, met helm, helmteken en een wapenspreuk.
of “motto” en was het duidelijk, dat zijn dienaren en medestanders een
“Badge” met helmteken en motto van het clanhoofd, op hun muts of helm droegen
(in strijd moet men vriend en vijand kunnen onderscheiden!)

Aanvankelijk kreeg men het helmteken met een riempje, om zelf vast te kunnen maken,
maar inmiddels is dat onderdeel van de hele badge geworden en staat het motto van
het clanhoofd op de “riem”, of op de rand van de badge, die ook nog het gespje laat zien.

Met vriendelijke dank aan Rene A van Iterson van het Scots Heritage.

the Hirsel

Het “meer van Hirsel” of het “Hirsel meer” is een kunstmatig aangelegd meer dat dicht bij het plaatjse Coldstream in Berwickhire in Schotland ligt.

Het ligt op het landgoed “the Hirsel” dat eigendom is van de Home familie en van Sir Alec Douglas-Home.

Het meer is ongeveer 27 hectare groot en het is grofweg vierkant van ongeveer 300 – 400 meter.

Geschiedenis van de Tartan

Oorspronkelijk hoorde elke ruit waarschijnlijk bij een bepaalde streek, en werd deze geassocieerd met een wever of weverfamilie die daar woonde. Later hoorde elke ruit bij een bepaalde schotse clan. Er is ook een tijd geweest dat de schotse ruit verboden werd in Schotland. Dit gebeurde na de jacobitische opstanden, nadat Engeland en Schotland een werden. Nadat de Highlanders de slag bij Culloden in 1746 hadden verloren, wilde de overheid de hooglanders culture kapot maken. de overheid riep in 1747 de Dress act (kledingwet) in het leven, die de mannen verbood om zich in tartans te hullen.

Een aantal schotten wisten die wet te omzeilen, door bijvoorbeeld het leger in te gaan, waar de ruit niet verboden was. Toen de Dress act na 35 jaar werd opgeheven, had die zijn vernietigende werk al gedaan.Veel van de schotse tradities waren verloren gegaan en moesten opnieuw uitgevonden worden.

In de laatste helft van de 18e eeuw was er een opleving van de keltische cultuur. Verhalen en gedichten over jacobitische vogelvrij verklaarden en de liederen van Osmaan(die later een vervalsing bleek te zijn), spraken tot de verbeelding van mensen en zelfs de engelse koning George de IV bezocht in 1822 een grote receptie in holrond gekleed in een kilt met de staartpruik.

Vele schotten probeerden hierna te achterhalen of zij ook een eigen ruit hadden, maar veel van de kennis was verloren gegaan. Daarbij maakten hun kleermakers hen wijs, dat ze het nog steeds wisten, en maakte zelf snel de ruiten. Om aan deze zwendel een einde te maken publiceerde Jams Slogan het boek “the Scotisch  Gael or Celtic Manners aspreserved among the Highlanders” in 1831. In dit boek werden 55 ruiten beschreven, maar tegenwoordig zijn er honderden bekend.

Sommigen ruiten mogen alleen gedragen worden door clanleden. Voor de rest staat het iedereen vrij te dragen wat hij zelf mooi vindt. Een enkele ruit, bijv. die van Burberry is gepatenteerd. Een zichzelf respecteerde schot draagt uiteraard als hij een kilt draagt de tartan van zijn clan.

Hierboven ziet u een persoonlijke brief van de Graaf van “the Hirsel”